Portfolio

Artikelen

Izabella Joanna Nowak, een Poolse schone tussen de kassen

‘Ik heb nog nooit voor overlast gezorgd’

 

Westland - Er wordt weleens gekscherend gezegd dat als alle Poolse werknemers die in onze kassen werkzaam zijn allemaal tegelijk hun biezen zouden pakken wij in het Westland de boel wel kunnen sluiten. Onlangs nog sprak wethouder Weverling van de gemeente Westland zich in een dergelijke bewoordingen uit. Ze hebben zich in een paar jaar tijd zo goed als onmisbaar gemaakt, vooral in de tuinbouw. Maar geliefd zijn ze niet altijd. Dat heeft vooral te maken met de veronderstelde overlast die ze zouden opleveren. Natuurlijk, je zult altijd een percentage hebben waar dat op van toepassing is. Maar om nu meteen een heel volk over dezelfde kam te scheren gaat toch wel wat ver. In een poging het soms wel erg negatieve beeld dat wij hebben van Polen wat te nuanceren spraken wij met Izabella Joanna Nowak, een Poolse schone van 28 lentes jong met een warm kloppend hart voor Westland en de Westlanders, die sinds februari 2005 in ons land woont en werkt. ‘Ik heb nog nooit voor overlast gezorgd’.

 

Aaronskelk

We ontmoetten elkaar op één van haar favoriete Westlandse plekken. Naast het strand is dat de Japanse Watertuin aan de Grote Woerdlaan in Naaldwijk. Een goede keus, zeker in de lente een ware oase van bloeiende planten. Die keuze is niet geheel toevallig, want Izabella is helemaal ‘gek’ van planten. Van planten, bloemen, bomen. De natuur in het algemeen. In de watertuin laat ze me haar favoriete bloem zien, de Zantedeschia Aethiopica, bij veel  mensen beter bekend als Aronskelk. ‘De allermooiste die ik ken.’ Die liefde voor de natuur, is dat van huis uit meegegeven? ‘Nou nee, mijn vader legde - hij is inmiddels gepensioneerd - als zelfstandig ondernemer installaties aan. Centrale verwarming, elektriciteit, loodgieterwerk. Mijn moeder was en is nog steeds werkzaam als administratief medewerker. Die liefde voor de natuur heb ik van mijn moeder en van mijn opa van moeders kant. Opa was elektricien van beroep, maar had tuinieren als hobby. Hij had veel fruitbomen,  en ik herinner me dat er altijd veel mensen kwamen om van alles te plukken. Aardbeien, frambozen  en appels. Mijn moeder had een eigen volkstuintje waar we onze eigen groenten in verbouwden. We woonden in een appartement met weinig bewegingsruimte. Daarom was ik zoveel als kon bij mijn opa en oma. Daar kon ik heerlijk spelen, had ik de ruimte.

 

Jeugd

Ik ben geboren in Jasko, een rustig stadje van rond de veertigduizend inwoners in het zuiden van Polen niet ver van de Slowaakse grens. Ik groeide op met een drie jaar oudere broer. Een fijne, onbezorgde jeugd. Omdat allebei mijn ouders werkten ging ik vanaf mijn tweede jaar al naar de crèche, speelde al vroeg met anderen. Toch ben ik graag op mezelf, misschien wel als een soort tegenreactie. Op school was ik niet de allerbeste leerling. Ik volgde de lessen maar deed er niet veel aan. Kon alles goed onthouden zonder dingen te hoeven opschrijven. Dat bracht me regelmatig in conflict met de leraren. Ik ben ook een beetje een rebel. Hou niet zo van opgelegde regels. Op school moest je dit, moest je dat, altijd aannemen wat de onderwijzers zeiden, ook al wist je zeker dat jij het zelf beter wist. Daar heb ik altijd moeite mee gehad. Nog steeds trouwens, ook in werksituaties doet zich dat wel eens voor.

 

Ierland

Na mijn schooltijd ging ik studeren aan de Uniwersytet Rolniczy w Krakowie (de landbouw universiteit van Cracow) zo’n 150 kilometer van huis. In het 3e jaar op de universiteit moest je een praktijkstage doen. Dat kon in Polen zelf, in Ierland, Engeland of Nederland. Bijna iedereen koos voor een stage buiten Polen, ik ook. Ik wilde naar Ierland, maar iets ging niet goed met mijn inschrijving en tot mijn grote schik werd het Nederland. Dat vond ik erg, zeg. Ik wilde echt niet naar Nederland. In Ierland kon je een half jaar stage lopen en hier maar drie maanden. Dat vond ik erg kort. Bovendien dacht ik dat je in Ierland veel meer kon verdienen. Wist ik veel, ik was nog nooit naar het buitenland geweest, nou ja, een keertje naar Slowakije net over de grens. Ik arriveerde in februari in Nederland, samen met drie andere meiden. Het was een hele ervaring Ik was jong en bang voor alles wat ons te wachten stond. Het viel allemaal reuze mee. Al snel bleek dat we ook in Nederland zes maanden konden blijven. Ook over de verdiensten hadden we, arme Poolse studentes, niks te klagen. We werden goed behandeld, maar de Nederlanders waren zeker in het begin best wel een beetje afstandelijk.

 

Magister Inzynier

Onze woonplek was een oude gerenoveerde tuinderswoning die bij het bedrijf stond. Toen het lente werd gingen we de omgeving verkennen, winkelen in De Tuinen, naar het strand, naar de zee. Die had ik nog nooit eerder gezien. Prachtig om dat zo vlakbij te hebben. Er kwamen nog meer studenten bij voor hun praktijkstage. In de zomer woonden we wel met acht meiden in dat huis. Klinkt leuk en soms was dat ook best wel gezellig maar zoals ik al zei ben ik erg op rust en op mijn privacy gesteld. Het viel daar dus lang niet altijd mee. Toen mijn verplichte stage erop zat ben ik gebleven. Het werk en de collega’s bevielen me. Al ging ik wel regelmatig met tussenpozen terug naar Polen om mijn studie af te ronden. Dat is ook gelukt. Ik ben afgestudeerd als Master of Sience en ingenieur. In het Pools is dat Magister Inzynier.

 

Grote tuinen

Wat viel Izabella eigenlijk het eerste op toen ze in Westland kwam wonen en werken? ‘Dat het zo druk is hier, maar vooral de huizen. Dat er zoveel mooie moderne losstaande goed onderhouden huizen staan met grote tuinen  eromheen vol bloemen en planten. Geweldig om te zien. En dat er zoveel kassen stonden, niet te geloven. Grappig dat jullie die zelf warenhuizen noemen.’ Ze gniffelt: ‘Voor ik hier kwam  hadden we thuis een plattegrond van Westland opgezocht en die kleurde zowat helemaal roze. Vroegen we ons af wat dat dan wel was, nou die kassen dus. Toen ik hier kwam waren er nog lang niet zoveel landgenoten als tegenwoordig. In die begintijd was het een zeldzaamheid als ik mijn eigen taal hoorde spreken in Naaldwijk bij het shoppen of uitgaan. De meeste Polen die in het Westland werken komen trouwens niet uit de streek waar ik vandaan kom, maar uit het noorden en westen. Gek eigenlijk want de werkloosheid is in het zuiden juist het grootst.’

 

Grof benaderd

Wat vond ze eigenlijk van de Westlanders zelf, buiten haar  werkkring, toen ze daar voor het eerst mee geconfronteerd werd? Ze fronst haar wenkbrauwen. ‘Mmm, niet zoveel eigenlijk. Zoals ik al zei, ik was nog nooit echt buiten mijn eigen land geweest. Was niet bevooroordeeld of wat. Na verloop van tijd kwam ik er wel achter dat er verschil zat tussen ouderen en jongeren en hoe zij over ons denken. Als ik die twee met elkaar vergelijk  kwamen de jongeren er niet zo goed vanaf. Bijvoorbeeld bij het uitgaan in Naaldwijk. Ik kwam met een groepje Poolse vriendinnen erg graag in het Theatercafé. Daar werden wij naar mijn idee net wat te vaak grof benaderd door Nederlandse jongeren. We werden ook altijd herkend als Pools. Zo merkwaardig, heb ik nooit begrepen. We zien er toch niet zoveel anders uit? Werden we eerst een tijdje aangestaard. Zo erg dat ik soms het idee had dat we van een ander planeet kwamen of zo. Dan weer even later kwamen er van die gasten stoer op ons af met wat Poolse woordjes die ze geleerd hadden. Nou dat waren niet de fraaiste woordjes en dat wisten ze zelf maar al te goed. Dat kwam nooit zo vriendelijk over.

 

 

André Hazes

Nee, ik heb ze nooit gevraagd waarom ze dat eigenlijk deden, dat durf ik niet. ik ben een verlegen meisje. Nee, ik negeerde ze gewoon. Maar begrijp me niet verkeerd, Westlanders zijn over het algemeen erg aardige mensen hoor. Ik heb nog een tijdje in Delft gewoond (mijn lievelingsstad) en ben vorig jaar op vakantie geweest naar Italië, naar Toscane, ook een prachtige omgeving. Maar de mensen zowel in Delft als in Italië vond ik toch minder vriendelijk dan ik altijd had gedacht, nee jullie Westlanders vallen reuze mee, echt.’ Dat is hartstikke lief van Izabella en ook nog uitgesproken in onze landstaal want ze spreekt een behoorlijk mondje Nederlands. ( al doen we het interview voornamelijk in het Engels, dat gaat haar toch wat beter af.) Hoe “verhollandst” is ze inmiddels eigenlijk? Ze lacht.

‘Wel een beetje, ja. Ik luister graag naar André Hazes en naar de radiozender 100% nl. Ik heb ook veel gehad aan de website 2bdutch.nl. Da’s hartstikke leuk. Ik ben Nederlands gaan leren, omdat ik dat gewoon leuk vond om te doen. In Crakow heb ik een tijdje les gehad van een Belgische en in Delft op de TH heb ik op cursus gezeten. Het meeste heb ik echter zelf opgepikt via zelfstudie.

 

Pantoffelhelden

Dan zijn wij ook nog nieuwsgierig naar verschillen. Zijn die er volgens Izabella tussen Nederlanders en Polen? Jazeker, heeft ze ontdekt. ‘Polen praten minder over geld maar als ze er al over praten zijn ze veel opener over wat ze verdienen bijvoorbeeld. En in Polen kan je altijd op ieder tijdstip bij vrienden en bekenden binnen komen vallen. Hier moet dat allemaal vooraf gepland worden.’ Nog meer? Ze gooit haar blonde haren in de nek en vervolgt lachend: ‘Jazeker, volgens mij zijn Nederlandse mannen richting hun vrouw veel gehoorzamer. Het zijn, hoe zeg je dat... pantoffelhelden. Ze zijn ook minder agressief en emotioneel dan Poolse mannen. Maar wel lief denk ik enne, o ja niet echt gentlemen.’ Wel heren, daar doen we het dan maar weer mee. En de Nederlandse keuken hoe is die? ‘Ik heb nog nooit stamppot gegeten, dat hoop ik nog een keer te doen voor ik weer naar Polen terugkeer. Boerenkool, dat lijkt me erg lekker. Wat ik echt heerlijk vind zijn frikadellen. Het liefst met een beetje mayonaise, mmm, heerlijk. Ja, ik weet het, compleet ongezond, moet het ook niet al te vaak eten. Kroketten vind ik vreselijk, alleen de binnenkant al. Dat is het wel zo’n beetje. Ik ben meer van de Italiaanse keuken.

 

Vooroordeel

Nee, ik vind het niet leuk dat Polen in Nederland worden weggezet als een stelletje dronkaards. Ikzelf drink bijvoorbeeld nauwelijks alcohol. Af en toe een wijntje. Ben ik dus ook een zuiplap?  Zo’n vooroordeel stoort me. Ik zal niet ontkennen dat er veel Polen zijn die (te) veel drinken maar dat doen grote groepen Nederlanders toch ook? Ik heb een heel liberaal standpunt niet alleen over dit maar over vrijwel alles. Laat iedereen vrij zijn in zijn of haar doen en laten. Ik stoor me niet aan een ander, laat een ander dan ook accepteren hoe ik ben en wat ik doe. Binnen de grenzen van het fatsoen natuurlijk.

 

Hart

Nog even en Isabella gaat terug naar haar vaderland. Naar het uiterste zuiden, Het ruige, lege maar mooie berglandschap van Bieszczady, nabij het drielandenpunt Polen, Slowakije en Oekraïne. Daar in een stil bergdorpje gaat ze nadenken over wat ze verder gaat doen met haar leven. Na zes drukke jaren in het volste stukje Nederland. Van beneden zeeniveau naar ruim 1300 meter boven N.A.P. Klinkt toch een beetje als een vlucht, veel verder kan je toch niet weg in Polen? Ze schudt nadrukkelijk haar hoofd. ‘Nee, nee, het is zeker geen vlucht. Privé omstandigheden dwingen mij hiertoe. Maar, ik kom zeker terug. Is het niet om te werken, never say never, dan zeker om collega’s en vrienden te bezoeken. Om de zee te zien en de Japanse Watertuin. Westland is toch een deel van mijn leven geworden en ik heb Westland diep in mijn hart gesloten...’ (CW)

Groot Westland 10 mei 2011

Terug